Als je 'ja, maar' hoort, zegt je gesprekspartner eigenlijk nee. Maar dit wil hij niet zeggen. Daarom doet hij alsof hij het met je eens is, maar nog een aanvulling heeft. Als je er op let, zul je merken dat het vaker voorkomt dan je misschien denkt. Je gebruikt het zelf ook, het is immers een handige manier om je eigen zin door te drukken. Althans zo lijkt het. En als een ander dat doet, wat moet je daar dan van vinden?Verschillende functies
De 'Ja, maar…' heeft verschillende functies die ons sociale systeem helpen te smeren. Het is handig om te gebruiken als je onder taakjes uit wilt komen, geen verantwoordelijkheid wilt nemen, om je mening te geven zonder dat je de ander voor het hoofd stoot of om simpelweg kenbaar te maken dat het idee van de ander niet zo goed is. Je fingeert dat je ook dacht aan wat hij zei, maar hebt nog een aanvulling die het beter maakt.
Hoezo eens?
We vinden het lastig om echt te zeggen wat we vinden. De kans bestaat namelijk dat de ander het helemaal niet leuk vindt wat je zegt, of dat je het niet met hem of haar eens bent. Je vriendin vraagt of je het goed vindt als zij vandaag de auto meekrijgt, anders moet ze door de regen fietsen. Een goed argument, maar dan moet jij straks bij de boodschappen wel dat eind met een krat bier gaan sjouwen. Het komt je dus niet uit.In plaats dat je zegt dat je niet met die krat bier wilt sjouwen, zeg je: 'Ja, maar hoe moet dat dan met de boodschappen?' Als je geluk hebt, hoef je nu ook geen boodschappen te doen. Je legt de keus of verantwoordelijkheid lekker bij de ander neer. Heel functioneel dus dat ge-'ja maar'. In de praktijk echter, zal blijken dat dat helemaal niet zo werkt, waarschijnlijk zegt ze: 'Kun je niet met de fiets gaan?'
Toch niet zo praktisch
Let maar eens op wanneer je dit op je werk hoort. Je geeft je collega feedback, of gewoon een opdracht die vandaag af moet. Hoe irritant is het dan, als die collega gebruik maakt van de escape en begint met 'Ja, maar…' Ongeacht wat hierop volgt, weet je al dat je nu extra je best moet doen om de collega te overtuigen. Ooh, daar heb je toch geen tijd voor? En al helemaal geen zin in.Je wilt dat de ander gewoon oppikt wat je tegen hem zegt. Dan is het van jou bordje af en kun je verder met je drukke dag. Door deze kleine woordcombinatie, blijft het langer op je bordje liggen en moet je er nog wat mee. Misschien heeft de collega wel een goede reden, daar wil je best even naar luisteren. Maar dan kan hij dit ook direct zeggen. 'Ja, maar…' klinkt als een smoesje, er is niet langer sprake van een gelijkwaardig gesprek.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten