maandag 2 december 2013

Doe maar eens doen

Ik weet niet waar ik hem precies voor het laatst hoorde, maar het is een klassieker onder de taalirritaties. Helaas signaleer ik hem steeds vaker. Het 'doen' van andere werkwoorden die daarmee ongewild ineens in een soort van een werkend zelfstandig naamwoord-positie geduwd. Vaag? Let op:

Ik zal een voorbeeld geven om te illusteren wat ik bedoel: 'Doe jij de boodschappen naar de kassa brengen? Ik moet nog effe een pak macaroni halen.' Deze, of een variant hierop heb je vast wel eens gehoord, misschien maak je je er zelfs er wel eens schuldig aan. Waar je mee omgaat, raak je mee besmet zullen we maar zeggen.

Vroeger (lees: een half jaar geleden), dacht ik dat 'doen' alleen misbruikt werd door mensen die na hun lagere school direct aan de arbeid moesten in de fabriek. Echter, ik hoor het steeds vaker door allerlei mensen gebruikt worden. In verschillende varianten en misschien ook wel met verschillende motivaties. Hoewel ik niet vermoed dat het gaat om een bewuste keuze.

De gemoedelijke variant die ik met regelmaat in de Brabantse tongval signaleer. 'Wa doede gij doar make?' Om de een of andere reden kan ik deze nog best horen. Misschien omdat ik zelf Brabander ben, misschien omdat het in het verdere ook onvolmaakte taalgebruik minder opvalt. Ik vraag me hierbij altijd af hoe de vraag geformuleerd wordt op het moment dat 'doen' al in de vraag staat: 'Hoe doede gij da doen?' 

Een veel ergerlijker variant is hoe mensen tegen, niet met, kinderen praten. 'Ja, goedzo. Doe jij maar opruimen, dan krijg je daarna een snoepje van mama.' Mama bedoelt hier zichzelf, ook al zoiets. Waarschijnlijk is het lief bedoeld, maar het klinkt zo ontzettend betuttelend en neerbuigend. Krijgen kinderen hier niet ontzettende jeuk van? 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten